user_mobilelogo
EEN van de eerste dingen die studenten op een filmschool worden geleerd, is de nomenclatuur van de basistypen camerabeelden. Deze gemeenschappelijke taal is essentieel voor schrijvers, regisseurs, camera-operators en cinematografen om visuele elementen van een opname effectief te communiceren, met name de grootte van een onderwerp, vaak een persoon, binnen het kader.  Hier vind je een lijst met de essentiële soorten opnamen die je moet kennen, samen met een korte beschrijving.  
 
01 extreme long shotExtreme Long Shot    (Extreme Wide Shot)
Wordt gebruikt om het onderwerp op afstand weer te geven, of het gebied waarin de scène plaatsvindt. Dit type opname is met name handig voor het maken van een scène in termen van tijd en plaats, evenals de fysieke of emotionele relatie van een personage met de omgeving en elementen daarin.  Het personage hoeft niet per se zichtbaar te zijn in deze opname.
 
 
02 long shotLong Shot  (Wide Shot)
Toont het onderwerp van boven naar beneden,  voor een persoon zou dit van top tot teen zijn, hoewel het niet noodzakelijk het frame vult. Het personage wordt meer een focus dan een Extreme Long Shot, maar de opname wordt meestal nog steeds gedomineerd door het landschap. Deze opname bepaalt vaak de scène en de plaats van ons personage daarin. Dit kan ook dienen als een Establishing Shot, in plaats van een Extreme Long Shot.
 
 
03 full shotFull Shot  
Frames karakter van hoofd tot tenen, waarbij het onderwerp het frame ruwweg vult. De nadruk ligt meer op actie en beweging dan op de emotionele toestand van een personage.
 
 
 
04 medium long shotMedium Long Shot   (ook bekend als 3/4 schot)
Tussen het volledige schot en het middellange schot. Toont onderwerp vanaf de knieën omhoog.
 
 
 
 
05 cowboy shotCowboy Shot   (ook bekend als American Shot)
Een variatie op een Medium Shot, dit dankt zijn naam aan westerse films uit de jaren dertig en veertig, die het onderwerp vanaf het midden van de dijen zouden omkaderen om de pistoolholsters van het personage in de opname te passen.
 
 
 
06 medium shotMedium Shot
Toont een deel van het onderwerp in meer detail.  Voor een persoon zorgt een medium shot ervoor dat ze ongeveer vanaf de taille worden omlijst. Dit is een van de meest voorkomende opnamen in films, omdat het zich richt op een personage, of personages, in een scène terwijl er nog steeds een bepaalde omgeving wordt getoond.
 
 
 
07 medium close upMedium Close-Up
Valt tussen een medium shot en een close-up, waarbij het onderwerp over het algemeen vanaf de borst of schouder omhoog wordt gekaderd.
 
 
 
 
08 close upClose-Up
Vult het scherm met een deel van het onderwerp, zoals iemands hoofd  of   gezicht. De emoties en de reactie van een personage domineren de scène sterk.
 
 
 
 
09 chokerChoker 
Een variant van een close-up, deze opname kadert het gezicht van het onderwerp van boven de wenkbrauwen tot onder de mond.
 
 
 
 
10 extreme close upExtreme Close Up
Benadrukt een klein gebied of detail van het onderwerp, zoals het oog of de mond. Een extreme close-up van alleen de ogen wordt soms een Italiaanse opname genoemd en dankt zijn naam aan de Italiaans-westerse films van Sergio Leone die het populair maakten.
 
 
 
Shots die de camerahoek / plaatsing aangeven
Naast de grootte van het onderwerp binnen een frame, kunnen opnametypen ook aangeven waar een camera is geplaatst ten opzichte van het onderwerp. Hier zijn enkele veelgebruikte termen: 
 
11 eye levelEye Level (Ooghoogte)  
Opname gemaakt met de camera ongeveer op ooghoogte van de mens, wat resulteert in een neutraal effect op het publiek.
 
 
 
 
12 high angleHigh Angle  
Subject wordt gefotografeerd vanaf ooghoogte. Dit kan ertoe leiden dat het onderwerp kwetsbaar, zwak of bang lijkt.
 
 
 
 
13 low angleLow Angle 
Subject wordt gefotografeerd vanaf ooghoogte. Dit kan ertoe leiden dat het onderwerp er krachtig, heroïsch of gevaarlijk uitziet.
 
 
 
 
14 dutch angleDutch Angle / Tilt
Shot waarbij de camera schuin op de rol as staat, zodat de horizonlijn niet waterpas is. Het wordt vaak gebruikt om een ​​gedesoriënteerde of ongemakkelijke psychologische toestand aan te tonen.
 
 
 
15 over the shoulderOver-the-Shoulder Shot
Een populaire opname waarbij een onderwerp wordt genomen van achter de schouder van een ander, waarbij het onderwerp overal van een medium tot close-up wordt gefotografeerd. De schouder, nek en/of achterkant van het hoofd van het onderwerp dat van de camera af is gericht, blijft zichtbaar, waardoor de opname nuttig is om reacties tijdens gesprekken weer te geven.  Het heeft de neiging meer de nadruk te leggen op de verbinding tussen twee luidsprekers in plaats van op de onthechting of isolatie die het gevolg is van enkele opnamen.
 
15 birds eye viewBird’s-Eye View   (ook wel Top Shot genoemd)
Een opname onder hoge hoek die is gemaakt van direct boven het hoofd en van een afstand.   De opname geeft het publiek een breder zicht en is handig om richting te geven en te bewegen dat het onderwerp beweegt, om speciale relaties te benadrukken of om aan het publiek elementen te onthullen buiten de grenzen van het bewustzijn van het personage.   Het schot wordt vaak genomen vanaf een kraan,  helikopter of drone.
 
 
 
Andere veel voorkomende soorten opnamen
 
16 cut inCut-In   
Vergelijkbaar met een cutaway, maar toont een close-up opname van iets zichtbaars in de hoofdscène.
 
 
17 cut awayCutaway
Een opname van iets anders dan het onderwerp en weg van de hoofdscène. Het wordt meestal gevolgd door een terugval naar de eerste opname en is handig om een ​​sprongversnelling te vermijden bij het bewerken van een deel van de dialoog of het bewerken van twee afzonderlijke taken.
 
18 establishing shotEstablishing Shot
Gewoonlijk de eerste opname van een scène, deze wordt gebruikt om de locatie en omgeving vast te stellen.  Het kan ook worden gebruikt om de stemming vast te stellen en het publiek visuele aanwijzingen te geven over de tijd, nacht / dag, jaar, en de algemene situatie. Omdat ze veel informatie moeten verstrekken, zijn het maken van shots meestal extreme long shots of long shots.
 
 
Master Shot
Term gegeven aan een enkele, ononderbroken opname van een scène.   Deze opname kan de enige opname zijn die een regisseur gebruikt om een ​​scène te bedekken, of kan samen met extra opnamen worden bewerkt.   Hoewel het meestal een lange of volledige opname is, kan een masteropname van dichterbij zijn of uit meerdere soorten opnamen bestaan ​​als de camera door de scène beweegt.
 
19 povPoint of View Shot (POV)
Shot bedoeld om na te bootsen wat een bepaald personage in een scène ziet. Dit plaatst het publiek direct in het hoofd van het personage en laat hen hun emotionele toestand ervaren. Veel voorkomende voorbeelden zijn het ontwaken van een personage, het wegdrijven in bewusteloosheid of het kijken door een kijker of verrekijker.
 
 
20 reactionReaction Shot
Toont de reactie van een personage op de opname die eraan voorafging.
 
 
 
 
21 reverse angle shotReverse Angle Shot 
Een opname gemaakt vanuit een hoek van ongeveer 180 graden tegenover de vorige opname. De term wordt vaak gebruikt tijdens een gesprek, bijvoorbeeld om een omgekeerde over-de-schouder-opname aan te geven.
 
 
22 two shotTwo Shot 
Een opname waarin twee onderwerpen in het kader verschijnen.
 
 

haeder video monteren

Het monteren van video is echt een kunst. De complexiteit wordt onderschat.

Tijdens het monteren van een video balanceer je met tientallen fragmenten, clips, geluid, kleur en effecten. En daarmee moet je dan een interessant verhaal kunnen construeren. Dat valt niet altijd mee!
 
Gratis software voor het monteren van een video: https://www.blackmagicdesign.com/products/davinciresolve/ 
 

18 eenvoudige tips om beter te gaan monteren.

1. Ken je software

Het is een open deur. Maar het gebeurt toch heel vaak dat men de montage software onvoldoende kent. Dan gaat het monteren ook niet goed lukken. Lees een boek of doe een onlinecursus. Je moet kunnen lezen en schrijven met de software.

2. HD of 4K

Monteer in de resolutie waarin de video afgeleverd moet worden. Bijvoorbeeld HD of 4K. Maar tegenwoordig kan dat ook zijn een vierkant formaat of 5:4 voor social media.

3. Lengte van de shots

Hoe lang mag een shot zijn? Voor een snelle en flitsende video mag dat héél kort zijn. Dan zijn beelden van 1 tot 2 seconde heel normaal. Soms gebruik ik wel eens beelden die slechts een paar frames zichtbaar zijn. Meestal duurt een shot 2 tot 4 seconde. Voor een rustige montage in een langere film zijn de shots ook langer: dan is 4 tot 8 seconde uitstekend

4. Laat zien wat je wilt zien

Gebruik je shots op een slimme manier om de boodschap over te brengen. Al was een zaaltje met toehoorders slechts voor de helft gevuld: ik laat de voorste 2 rijen in close-up zien waar mensen aandachtig zitten te luisteren. Het effect is dat kijkers denken: “goh, daar zitten veel mensen!”. Als er gesproken wordt van ‘vervelende verkeerslichten’ dan laat ik een rood stoplicht zien, remlichten van een auto en fietsers die ongeduldig staan te wachten. Zo versterk je wat er gezegd wordt.

5. Focuspunt

Let er eens op waar de aandacht van je oog is bij een bepaald shot. Kijk je naar links, rechts, boven of onder? Als je nu een beeldovergang maakt naar een volgend shot, kies het dan zo uit dat je oog op dezelfde plek kan blijven focussen. Dat levert een hele mooie overgang op.

6. Passen shots bij elkaar

Beelden mogen bij elkaar passen qua kleur, motief, onderwerp of sfeer. Als de beelden bij elkaar passen wordt de montage logischer.

7. Afwisselen

Probeer af te wisselen tussen wide-shots en close-up shots. Tijdens het filmen moet je hier al rekening mee houden: je laat een scene zien in wide, en daarna volgen close-ups van de actie.

8. Digitaal zoomen

Heb je een geïnterviewde persoon een aantal seconde in beeld? Probeer dan eens een digitale zoom. Door in een paar seconde ±6% in te zoomen bereik je een leuk dynamisch effect.

9. Een harde beeldlas of een fade

Meestal gebruik je de harde beeldovergangen: in één keer naar de volgende clip. Slechts in weinig gevallen is het interessant om een fade overgang te gebruiken. Dat doe je als de montage heel langzaam is en je er tijd voor hebt, of als je naar een hele andere scene overschakelt (bijvoorbeeld als je gaat snijden naar de volgende ochtend of een andere filmlocatie).

10. Transities en wipes algemeen

Doe rustig aan met transities en wipes. Het zijn effecten die doorgaans erg opvallen. Probeer eerst je montage te maken met ‘eenvoudige’ beeldovergangen en als je film later nog ‘opgeleukt’ moet worden kun je transities inzetten. Transities en wipes worden vaak volop gebruikt door beginnende videohobbyisten.

11. Effecten

En dat geld ook voor effecten: gebruik ze zo weinig mogelijk. Ze vallen erg op en voor je het weet voelt het amateuristisch. Als je effecten gebuikt, ga ze dan pas toevoegen als de montage van je film gereed is.

12. J-cut en l-cut

Gebruik lekker vaak de j-cuts en l-cuts. Werkt altijd! Google er even op als je niet weet wat dit is.

De J-cut
Door het geluid van een aankomend shot alvast te starten terwijl het beeld van de vorige nog te zien is, bereid je de kijker voor op wat komen gaat. Dit is de J-cut. In je tijdslijn ziet de aankomende shot er, met een beetje fantasie, uit als een J. Het audiospoor van de aankomende shot start in dit geval dus eerder dan het videospoor.
De L-cut
De L-cut is net andersom. Het geluid van de eerste shot loopt hier door, terwijl het beeld van de volgende al tevoorschijn komt. Op de tijdslijn krijgt het eerste fragment dan de vorm van een L. Het videospoor stopt eerder dan het audiospoor. Dramatisch gezegd kan je zo de kijker afscheid laten nemen van de eerste shot, terwijl de volgende al geïntroduceerd wordt.

13. De assen

Bij het monteren van een video moet je er natuurlijk goed op letten dat je actie niet ‘over de as’ gaat.
Onderwerp wordt uitgelegd op Wikipedia, zie   https://nl.wikipedia.org/wiki/180_gradenregel 

14. Blokjes

Deel je video op in blokjes: eerst een stukje informatie, dan een stukje ontspanning, daarna een stukje interview etcetera. Blokjes duren tussen de 15 en 25 seconde.  Al snel heb je een schakelketting van blokjes en dat is een goede basis voor je montage.

15. Lower 3rd

Geef mensen een naam. En dat doe je met een naambalkje (lower 3rd) dat ongeveer 4 tot 6 seconden lang in beeld blijft staan. Bij een voxpop (een aaneenschakeling van korte publieksreacties) voeg je doorgaans geen naambalkjes toe.

16. Graphics

Probeer zelf alle graphics en teksten te maken. Laat de standaard ingebouwde templates van een montagetool met rust. Inmiddels kan iedereen het herkennen als je met iMovie een standaard lay-out hebt gebruik.

17. Bekijk eens zonder geluid

Bekijk een montage eens zonder geluid. Je zult een hele andere video zien als je niet afgeleid wordt door het geluid. Kleine montage problemen en fouten kun je dan direct waarnemen. Ook kun je heel goed letten op het ritme van de montage

18. Geluid

Besteed extra tijd om het geluid van je video te optimaliseren. Bewerk interviews, gebruik compressie en normalizen doe je op 0db voor web. Mix de muziek op het juiste niveau: in tussenstukjes naar -6dB en als achtergrond ongeveer-24dB. Beluister je video een keer op speakers maar zeker ook met een koptelefoon.

Onze Golden Tetrievers

Golden-Retrievers

TOMMIE, TIMO EN URSUS

View more
Wegwijzer Zuid-Limburg

Zuid-Limburg

WANDELGEBIED BIJ UITSTEK

View more
Wegwijzer Zuid-Limburg

Vulkaan-Eifel

EEN INFORMATIEVE WEBSITE

View more